Het was op een zondagmorgen begin januari ergens in de vorige eeuw. In het kader van de goede voornemens voor het nieuwe jaar hadden we de avond tevoren afgesproken deze ochtend naar de kerk te gaan in een naburig dorp. Met moeite onttrokken we ons aan het warme bed om beneden te constateren dat de vorst prachtige patronen van bloemen op de ramen had getekend. Maar buiten was het ijskoud. Onze auto was verdwenen onder een dikke laag sneeuw en daaronder troffen we dichtgevroren portieren aan. Daarbij was het nog mistig ook. Onze eerste opwelling was meteen terug te keren naar dat heerlijke bed voor een lange winterslaap. Maar ja, nu we toch al zover waren, was dit een uitstekende gelegenheid voor een gezonde frisse ochtendwandeling.
Dapper gingen we op pad voor een tocht van zo’n vier kilometer. De bevroren sneeuw knarpte onder onze eerste voorzichtige voetstappen. Waarschijnlijk lag de kantonnier nog op één oor, want al snel leidde een spiegelgladde weg tot een noodlanding in de sneeuw.
Tegelijk met het luiden van de torenklok verschenen een uurtje later twee levende sneeuwpoppen bij de kerk, verbaasd gadegeslagen door de enkele andere levende wezens die zich buiten durfden te wagen.
Binnen was het ook een troosteloos gezicht met al die lege kerkbanken. Toch bleken er, gemeenteleden en dienstdoend personeel bij elkaar, welgeteld nog 54 mensen present te zijn. De dominee was daar best verheugd over, want hij heette ons enthousiast welkom: “Lieve mensen, ik ben blij dat jullie de weersomstandigheden getrotseerd hebben om hier aanwezig te kunnen zijn. Want ik heb een prachtig verhaal meegenomen dat ik graag met jullie wil delen.”
Mijn buurvrouw haalde op dat moment een rol pepermunt tevoorschijn die ZIJ blijkbaar wilde delen. We probeerden ons daarna zo aangenaam mogelijk op de harde kerkbank te installeren en wendden onze blik weer naar de voorganger. Die vervolgde: “Er zullen ook best verhalen over vallende sneeuwvlokken zijn, maar vandaag heb ik een tekst van Cor Spek uitgekozen die over waterdruppels gaat.”
Dat deed ons natuurlijk snel even naar de plasjes op de vloer onder onze voeten kijken. Maar dan luisterden we verder.
“Een wijze oude wolk dreef hoog boven de aarde. Hij voerde een groot aantal jonge regendruppels met zich mee. Drie ervan raakten druk in gesprek over hun toekomst. Hun plannen werden groter naarmate het tijdstip naderde dat ze naar beneden zouden springen om hun korte leven te leven. Er moesten nu snelle beslissingen genomen worden. “Pas op,” zei de wijze wolk, terwijl hij langzaam naar beneden laveerde om op de juiste hoogte te komen. “Maak er het beste van.”
Ze dreven net boven een grote oceaan, toen de eerste druppel met bewondering zei dat hij zó wilde worden. Vóór iemand verder iets kon zeggen dook hij naar beneden, dromend van grootheid en macht. Even later viel hij in het water om daar ten onder te gaan in de massa.
Dat was niets voor de tweede druppel. Die voelde zich daar te veel individualist voor en wilde bovendien plezier hebben. Naarstig speurde hij naar mensen in de straten van de stad die de wolk nu passeerde. Opeens sprong hij op een man met de bedoeling hem eens flink te laten schrikken. Hij spatte uiteen op het kale hoofd van de wandelaar. Die keek echter niet op of om en vervolgde zijn weg zonder gemerkt te hebben dat er een regendruppel met de inzet van z’n leven geprobeerd had een grap met hem uit te halen.
Nummer drie besefte dat dit vast niet was wat de grijze wolk eigenlijk met hen voorhad. Maar wat voor nuttigs kon je nu in zo’n korte tijd en als zo’n nietig druppeltje doen in die grote wereld? Uiteindelijk liet hij zich maar vallen bij een korenaar die dreigde te verdrogen. De oude boer die er treurig bij stond te kijken veerde dankbaar op en de wijze wolk dreef glimlachend verder.”
Toen wij even later buiten stonden, scheen de zon en wandelden wij door een witte sprookjeswereld terug naar onze bestemming. Met dankbaarheid stelden we vast dat wij deze zondagochtend niet hadden willen missen. Hier konden we minstens een heel jaar mee vooruit. ’t Is een cliché, maar het blijven de kleine dingen die het doen.
Met hartelijke groet,
Joop






